De afgelopen jaren lag de focus in agrifoodketens op supply chain management. Het doel hiervan is om met zo min mogelijk voorraden snel en flexibel in te spelen op vragen van afnemers. Supply chain management levert kostenbesparingen op, maar verhoogt tegelijkertijd de kwetsbaarheid. Het project Food Logistics Network analyseert deze kwetsbaarheden en richt zich op het ontwerp van robuuste ketens.
Met supply chain management kosten besparen, dat was de afgelopen jaren het motto in de agrifoodketens. Dit leidde bijvoorbeeld tot het verlagen van voorraadniveaus en het beperken van het aantal leveranciers. Op deze manier was het voor bedrijven mogelijk om flexibel in te spelen op wensen van afnemers en de hoeveelheid geïnvesteerd kapitaal te minimaliseren.
Globalisering
De afgelopen jaren vonden ook andere ontwikkelingen plaats. Agrifoodketens werden langer en complexer door de globalisering van de handel, toenemende productdifferentiatie, specialisatie van bedrijven en ontwikkelingen in de markt. Ook zijn afnemers steeds meer eisen gaan stellen aan de kwaliteit van de producten, de levertijd en het aflevermoment. Betrouwbaarheid staat hierbij voorop. Daarnaast moeten bedrijven rekening houden met maatschappelijke aspecten als files, normen voor CO2- en fijnstofuitstoot en maatregelen tegen geluidsoverlast. Deze veranderingen maken duidelijk dat supply chain management ook een keerzijde heeft: als alle voorraden uit de keten worden gehaald, dalen weliswaar de kosten, maar neemt de kwetsbaarheid toe. Er hoeft maar een oogst te mislukken of een vrachtwagen te kantelen en de levering komt in gevaar. Het onderzoek Food Logistics Network richt zich op het inventariseren van deze kwetsbaarheden en het ontwerp van robuuste agrifoodketens.
Verstoringen
In agrifoodketens kunnen verschillende verstoringen ontstaan, van klein tot groot. Een afwijking (deviation) is bijvoorbeeld het te laat afleveren van goederen door een file. Ernstiger is een ontwrichting (disruption), zoals bijvoorbeeld een oogst die dreigt te mislukken of een staking. Bij een ramp (disaster), geen brandstof beschikbaar of een fabriek is afgebrand, zijn de gevolgen niet te overzien. In dit onderzoek worden de mogelijke afwijkingen en ontwrichtingen voor de agrifoodketen in beeld gebracht. Verschillende bedrijven in de vlees- en zuivelsector verlenen hieraan hun medewerking. Vervolgens wordt voor elk van deze verstoringen gekeken naar de oorzaken en de consequenties voor kritieke prestatie-indicatoren op zowel korte als langere termijn. De kritieke prestatie-indicatoren zijn kosten, betrouwbaarheid, snelheid, flexibiliteit en kwaliteit. Tot slot wordt onderzocht of het mogelijk is om maatregelen te nemen, en zo ja, welke consequenties deze maatregelen hebben. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn het verhogen van voorraadniveaus, het vergroten van het aantal leveranciers, het kiezen van leveranciers in de regio en het spreiden de voorraden eindproduct.
Simulatiemodellen
Het is niet nieuw om te kijken naar verstoringen, maar wel om de kwetsbaarheid van de keten in zijn geheel te analyseren en te komen tot een strategie om de robuustheid van de keten te optimaliseren. “In ons onderzoek staat het bouwen van simulatiemodellen voor concrete ketens centraal, waarmee je de gevolgen van verschillende scenario’s in beeld kunt brengen”, vertelt Jack van der Vorst, projectleider van Food Logistics Network en Hoogleraar Logistiek en Operations Research aan Wageningen University. Met de verkregen kennis kan een bedrijf bewust kiezen voor maatregelen die de gevolgen van verstoringen beperken. Op die manier wordt de agrifoodketen robuuster.
Links: